Visie op vakken

Hier ontdekt u hoe wij denken over de verschillende vakken. Leer hoe we een veilige en positieve leeromgeving creëren waarin leerlingen betekenisvol leren. We sluiten aan bij hun ontwikkeling en belevingswereld.

Onze kern

Onze visie op vakken is dat alle leergebieden doelgericht, samenhangend en zoveel mogelijk thematisch worden aangeboden, met een passende methode of aanpak per vak, zodat leerlingen in een veilige en positieve leeromgeving betekenisvol leren dat aansluit bij hun ontwikkeling en belevingswereld.

Unieke voordelen

Onze visie op de vakken biedt leerlingen het unieke voordeel dat zij leren werken met samenhangend, thematisch en betekenisvol onderwijs, waarin zij oog hebben voor veilig pedagogisch klimaat (PBS/Kwink) en ervaren hoe vakken geïntegreerd kunnen worden afgestemd op de ontwikkeling en belevingswereld van elk kind.

Positive Behaviour Support (PBS)

We vinden het belangrijk dat alle leerlingen fijn met elkaar omgaan op school en dat er een veilig  en fijne sfeer is, daarom maken we onder andere gebruik van PBS ook wel (Positive Behaviour Support). Dit is een aanpak die we schoolbreed inzetten en deze aanpak zorgt voor een positieve, veilige en voorspelbare leeromgeving voor de leerlingen dat past bij onze 3 belangrijkste kernwaarden: geluk, verbondenheid, groei en vakmanschap . Door PBS in te zetten leer je het gewenste gedrag aan op een positieve manier. Het doel is het creëren van een positieve, sociale omgeving, dat ervoor zorgt dat gedragsproblemen voorkomen worden en dat er een fijne leeromgeving is.

We passen PBS toe binnen de school door wekelijk aandacht te besteden aan een regel binnen de hele school. Deze regel wordt visueel gemaakt en besproken in de klas en hier wordt dan mee geoefend. De leerkrachten benoemen en belonen het gewenste gedrag, zodat leerlingen weten wat er verwacht wordt en het gewenste gedrag positief te benadrukken.

 Er zijn verschillende activiteiten die we inzetten bij PBS. Je hebt groene, gele en rode activiteiten. We beginnen bij de groene activiteiten tenzij een leerling veel opvalt door ongewenst gedrag, dan wordt het tijdelijk aangevuld met gele of rode activiteiten. Dit hangt af van de situatie. Gestreefd wordt naar pakket aan basisactiviteiten op het groene niveau (Van Leeuwen, 2024).

Groen niveau
De groene basisaanpak van SWPBS richt zich op het creëren van een positief basisklimaat in de school, voor alle leerlingen, door alle onderwijsprofessionals. Er wordt actief gewerkt binnen de school aan de gedrag verwachtingen door midden van lessen waar de regel van de week centraal staat en regels herhaald worden. Het gedrag wat we binnen de school willen zien wordt positief bekrachtigt. Dit doen we door verbaal en non verbaal te doen. We geven minimale aandacht aan het gedrag dat we niet willen zien en veel aandacht aan het gedrag wat we wel willen zien. Dit doen we door te complimenteren, denk aan: ‘’ dit groepje is al helemaal klaar om te beginnen, heel goed”. Dit helpt door de andere leerlingen ook het gewenste gedrag te laten vertonen. Wanneer een leerling ongewenst gedrag vertoont en dit niet op een positieve manier opgelost kan worden, zetten we een reactieprocedure in die een vaste opbouw kent, namelijk:
Stap 1. Herinner de leerling aan de gedragsverwachting (‘weet je nog wat de regel is over ..’).
Stap 2. Geef de leerling een keuze: of er volgt een consequentie of de leerling houdt zich aan de gedragsverwachting.
Stap 3. Geef een consequentie (kort, makkelijk uit te voeren).
Stap 4. Als de consequentie is uitgevoerd, geldt het principe: over = over.
Deze opbouw stimuleert leerlingen om slimme keuzes te maken en hun gedrag zelf bij te sturen (Van Leeuwen, 2024).

Geel niveau
Zijn aanvullende activiteiten die meer herhaling of extra bekrachtiging nodig hebben om de gedragsverwachtingen van de school eigen te maken. Dit zijn leerlingen die 3 tot 5 keer in de maand geregistreerd worden in het gedragsincidentenregistratie. Het PBS team registreert het gedrag (met een eenvoudige gedragsfunctieanalyse, gemaakt door de zorgcoördinator en docent) en kiest voor activiteiten die bij deze leerling(en) passen (Van Leeuwen, 2024).

Rood niveau
Voor een aanvullende activiteit op het rode niveau wordt gekozen wanneer 1) een aanvullende activiteit op het gele niveau niet het gewenste effect heeft gehad, 2) een leerling meer dan 5 keer in een maand naar voren komt in de gedragsincidentenregistratie of 3) uit de analyse van het PBS-team komt naar voren dat er gericht een plan op maat gemaakt moet worden en er een individueel ondersteuningsplan moet worden gemaakt. Soms wordt er ook ondersteuning van buiten de school ingezet voor een activiteit (Van Leeuwen, 2024).

Registratiesysteem
Wij gebruiken het registratiesysteem SWIS Suite.  Voor iedere situatie wordt genoteerd wie erbij betrokken was, wat er gebeurde en waar en wanneer het gebeurde. Een of twee onderwijsprofessionals die in het PBS-team zitten, hebben de rol van datamanager. Zij houden de overzichten bij, maar leerkrachten moeten ook zelf contact opnemen met iemand van het PBS team wanneer gemerkt wordt dat er meer hulp en begeleiding nodig is bij bepaalde leerlingen (Van Leeuwen, 2024).

Schrijven 

Op onze school werken we met Pennenstreken 3. Dit is een vernieuwde methode die goed past bij de kinderen en het onderwijs van nu. De methode biedt verbonden schrift, blokschrift of een combinatie aan. Wij maken in groep 3 en 4 gebruik van blokschrift, omdat volgens onderzoeken die beschreven staat op Wij leren (2022) blijkt dat blokschrift kinderen beter helpt bij het leren lezen, omdat de letters erg lijken op de letters in het leesboek en de digitale teksten. Het versterkt de leesvaardigheid en helpt bij de visuele herkenning. Van groep 5 tot en met 8 maken we gebruik van een combinatiemethode. Dit zodat de leerlingen hun eigen handschrift kunnen ontwikkelen en ook kennis maken met het verbonden schrift. Verbonden schrift draagt ook bij aan spelling- en stelvaardigheid doordat het woordbeeld als geheel wordt vastgelegd, dit kan voor sommige leerling helpend zijn bij het lezen van woorden en zinnen (wij leren, 2022).  

De methode sluit naadloos aan op Veilig leren lezen die weer en onderdeel is van zo leer je kinderen lezen en spellen, zodat leerlingen de letters die ze leren lezen ook meteen leren schrijven. In groep 3 en 4 leren de kinderen stap voor stap een leesbaar en eigen handschrift ontwikkelen. Pennenstreken helpt hierbij met duidelijke instructies, maar ook met oefeningen voor de motoriek en ontspanning. Daarnaast zijn er reflectiemomenten, zodat leerlingen goed naar hun eigen werk leren kijken. Vanaf groep 5 tot en met 8 leren de leerlingen hun handschrift praktisch te gebruiken in alledaagse situaties. In de bovenbouw ligt de focus op verzorgd en leesbaar schrijven op één lijn, en het toepassen ervan in gewone situaties. Schrijven met de hand blijft belangrijk. Het versterkt de fijne motoriek, helpt bij het begrijpen en onthouden, en is goed voor de ontwikkeling en een eigen identiteit. Pennenstreken biedt een doorlopende lijn van groep 3 t/m 8, inclusief extra oefenstof voor wie dat nodig heeft. Zo krijgt ieder kind de kans op een vlot, leesbaar en persoonlijk handschrift (Zwijsen, z.d.).  

Bewegingsonderwijs  

Op onze school bieden wij 2x per week 1 uur bewegingsonderwijs lessen aan die gegeven worden door een groepsleerkracht. Alle gymlessen worden gegeven in een grote gymzaal, dit zodat het speellokaal vrij blijft als leerkrachten hier gebruik van willen maken. Vanaf schooljaar 2023-2024 is de norm om 2 uur in de week bewegingsonderwijs aan te bieden. Wij vinden het belangrijk om dit na te streven aangezien bewegingsonderwijs bijdraagt aan de motorische, sociale en cognitieve ontwikkeling van kinderen. Ook draagt het bij aan een actieve en gezonde leefstijl en kan het leiden tot betere onderwijsresultaten (PO-Raad, 2023).

Muziek, drama, beeldend onderwijs. 

Bij ons op school vinden we het belangrijk dat kinderen zich breed kunnen ontwikkelen. Kunst en cultuur horen daar wat ons betreft echt bij. Daarom hebben we gekozen voor EigenwijsNext: een veelzijdige methode die muziek, dans, drama en beeldende vorming combineert. Met EigenwijsNext krijgen kinderen de ruimte om te ontdekken en dingen te maken. Ze leren zichzelf te laten zien. Daarmee groeit niet alleen hun creativiteit, maar werken ze ook aan hun zelfvertrouwen en leren ze beter samenwerken. En misschien wel het belangrijkste: ze hebben er plezier in (EigenwijsNext, z.d.). In de methode eigenwijs komen alle drie de vakken aanbod, maar wij vullen drama en beeldend onderwijs zelf aan binnen het thema, zodat het voldoende aanbod komt en geïntegreerd wordt binnen het thematisch werken. Eigenwijs next heeft veel verschillende thema’s, wat ervoor zorgt dat er vaak liedjes gekozen kunnen worden die aansluit bij het thema, is dit een keer niet het geval dan kiest de leerkracht zelf liederen uit passend bij het thema.  

 Kleuter onderwijs

Bij de kleuters werken we thematisch. Van vakantie tot vakantie werken we aan een bepaald thema. Tijdens het thema kijken we waar de interesses van de leerlingen liggen en dat bepaalt dan hoe de lessen en de hoeken worden vormgegeven. Je stuurt dit als leerkracht wel, maar je kijkt goed waar de interesses van de leerlingen liggen. Denk bijvoorbeeld aan het thema feest. De leerlingen lopen buiten met blaadjes en geven uitnodigingen aan elkaar voor een feestje. Je ziet dan als leerkracht dat ze interesse hebben in een uitnodiging maken. Je besteed dan een aantal lessen aan een uitnodiging maken. Hoe ziet het eruit?, wat hoort er op een uitnodiging, een uitnodiging maken, hoe kan je een uitnodiging versturen ect. Zo probeer je als leerkracht op deze manier zoveel mogelijk te werken aan de doelen van het jonge kind op SLO (SLO, z.d.). Bij sommige thema’s is het lastiger om echt onderzoeksvragen met de leerlingen op te stellen, zoals het thema sinterklaas. Maar alle lessen worden altijd in het thema gegeven wat in de klas speelt.  

De hoeken bij de kleuters spelen ook een belangrijke rol. Elk thema leren de leerlingen een aantal vaste rollen die in de hoek voorkomen en deze worden ook behandeld. Denk bijvoorbeeld weer aan het thema feest. welke rollen heb je in de feestwinkel en welke rollen in de huishoek? Welke taken horen daarbij?, hoe komen de leerlingen tot spel? ect. Ook de hoeken maak je samen met de leerlingen. Je kijkt wat ze in de hoek willen hebben en kijkt waar hun interesses liggen. Bij het thema feest kan de ene groep ½ bijvoorbeeld interesse hebben in een verjaardagsfeest en de andere groep ½ misschien wel in een verkleedfeest.  

Om de voortgang en de ontwikkeling  van de leerlingen goed bij te houden maken we voor het bijhouden van de doelen gebruik van de methode onderbouwd. Dit zorgt ervoor dat er een kant en klaar systeem is waar we de doelen en de ontwikkeling van de leerlingen bij kunnen houden. Hier hebben we voor gekozen, omdat je anders veel administratief werk krijgt als leerkracht, wat zorgt voor een grotere werkdruk.  

Sociaal emotionele ontwikkeling  

Wij kiezen voor Kwink omdat deze methode een schoolbreed en preventief programma biedt dat nauw aansluit bij PBS. Kwink versterkt de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen door te werken met SEL-competenties, een positieve benadering en duidelijk klassenmanagement. Kinderen leren hiermee gewenst gedrag te ontwikkelen, verantwoordelijkheid te nemen en respectvol met elkaar om te gaan. Daarnaast is er jaarlijks specifieke aandacht voor mediawijsheid, verweven in zowel een themales als in verschillende andere vaardighedenlessen (Kwink, z.d.) 

Engels  

Wij bieden Engels al vanaf de onderbouw aan, omdat jonge leerlingen op deze leeftijd het beste profiteren van taalverwerving in een natuurlijke en speelse context. Vroeg starten helpt kinderen een meer natuurlijke uitspraak en intonatie te ontwikkelen en stimuleert bovendien creativiteit en probleemoplossend vermogen (Wij leren, 2024) Wij bieden Engels aan van groep 1 t/m 8. In groep 3 besteden we minder tijd aan Engels, omdat de focus dan ligt op technisch lezen en schrijven in het Nederlands. Engels wordt in deze groep alleen mondeling aangeboden, bijvoorbeeld via liedjes, spelletjes en korte gesprekjes binnen het thema. Vanaf groep5 breiden we het Engels uit naar schriftelijk gebruik en passen we CLIL toe: Engels wordt geïntegreerd in de themas van de klas, met voldoende interactie en taalondersteuning, zodat leerlingen taal en vakinhoud tegelijk ontwikkelen (Chevalking & Stegenga, 2012). Wij maken geen gebruik van een methode; Engels wordt thematisch aangeboden. De voortgang van onze leerlingen volgen we met de leerlijnen en tussendoelen Engels van SLO, zodat we een doorlopende en samenhangende leerlijn kunnen garanderen (SLO, z.d.-b) 

Bewegend leren  

Op het Klavertje geloven we dat kinderen beter leren wanneer hoofd en lichaam samenwerken. Daarom zetten wij minimaal één keer per week bewegend leren in. Tijdens deze lessen bewegen leerlingen, bijvoorbeeld bij rekenen, spelling of taal, terwijl zij actief met de leerstof bezig zijn. Dit maakt lessen energieker, doorbreekt langdurig stilzitten en ondersteunt concentratie, motivatie en welbevinden. Uit het eindrapport Fit en Vaardig in het speciaal basisonderwijs (Meijers et al., 2022). blijkt dat bewegend leren goed uitvoerbaar is in de klas: leerlingen blijven taakgericht, zijn voor een belangrijk deel van de lestijd fysiek actief, en ervaren de lessen als leuk en overzichtelijk. Op onze school zien wij bewegen als didactisch middel: het ondersteunt leren, niet ter vervanging van gym of buitenspelen. Leerkrachten krijgen voorbeelden en training, zodat bewegend leren veilig, verantwoord en effectief kan worden ingezet in alle groepen. Ook betrekken we leerlingen actief: zij leren samenwerken, keuzes maken en ervaren dat leren leuk en dynamisch kan zijn. Alle bewegend leren lessen worden ook gekoppeld aan de thema´s die op dat moment spelen in de klas. 

Begrijpend en studerend lezen.  


Op onze school werken we doelgericht aan begrijpend lezen  en studerend lezen. We gebruiken rijke teksten die aansluiten bij het thema in de groep, zodat kinderen leren in context en hun woordenschat en kennis vergroten. Onze leescoördinator en de werkgroep lezen selecteren en ontwikkelen deze materialen. Zij bewaken de doorgaande lijn, ondersteunen leerkrachten en zorgen dat ons leesonderwijs aansluit bij actuele inzichten. 

Studievaardigheden  


Op onze school hechten we waarde aan dat leerlingen niet alleen de benodigde kennis opdoen, maar ook leren hoe ze effectief kunnen studeren. Daarom maken we gebruik van de methode BijDeHand Studievaardigheden (Beter BijLeren, z.d.) Deze methode levert een heldere, stapsgewijze aanpak voor het ontwikkelen van studievaardigheden zoals het zoeken van informatie, het begrijpen van schema’s en tabellen, het doorgronden van studieteksten en het leren met strategie. Leerlingen in de bovenbouw werken met een eigen werkboek en oefenen met opdrachten die vergelijkbaar zijn met landelijke toetsen. Zo raken ze vertrouwd met verschillende tekst- en vraagvormen en ontwikkelen zij zelfvertrouwen en zelfstandigheid. De methode ondersteunt leerlingen bij hun groei naar het voortgezet onderwijs en helpt hen vaardigheden op te bouwen die zij hun hele schoolloopbaan kunnen gebruiken. 

Burgerschap  


Wij vinden dat burgerschap belangrijk is voor de ontwikkeling van leerlingen. Eerlijk gezegd willen we dat ze leren samenleven, een eigen mening vormen en respect hebben voor verschillen. Ook moeten ze verantwoordelijkheid nemen en begrijpen hoe onze democratie werkt. Daarom hebben we eigenlijk gekozen voor Kwink voor burgerschap (Kwink, z.d.-b) Kwink biedt een duidelijke leerlijn voor alle groepen, van 1 tot en met 8. De lessen sluiten  aan bij de beleveniswereld van de leerlingen. Ze werken met filmpjes, verhalen en opdrachten die kinderen helpen om mee te denken over belangrijke thema’s zoals democratie, gelijkwaardigheid en solidariteit. De lessen zijn makkelijk te volgen voor zowel de kinderen als de leerkrachten, hierdoor krijgt burgerschap een vaste plek in het onderwijs. Wat ook een groot voordeel is, is dat Kwink aansluit op ons andere programma voor sociaal-emotionele ontwikkeling, hierdoor komen thema’s over welbevinden, gedrag en sociale veiligheid in verbintenis met elkaar. Dit zorgt voor een sterkere doorgaande lijn voor de kinderen. Het past ook goed bij onze manier van werken met Positive Behavior Support, wat we hier op school toepassen. De aandacht voor gezamenlijke waarden, positief gedrag en een veilige schoolcultuur komt in zowel Kwink als PBS terug, waardoor beide systemen elkaar ondersteunen. Met Kwink kiezen we voor eigentijds, samenhangend en praktisch burgerschapsonderwijs dat kinderen helpt uit te groeien tot betrokken en respectvolle deelnemers aan onze samenleving. 

Levensbeschouwing  

levensbeschouwelijk onderwijs komt op verschillende manier naar voren binnen onze school. Ten eerste worden tijdens verschillende thema´s van Kwink levensbeschouwelijke vragen beantwoord, zoals: omgaan met verdriet, laten weten dat je iets vervelend vindt en hoe je iemand kunt troosten. Het gaat dus ook veel over levensbeschouwelijke thema’s: hoe kan je goed (samen) leven en soms een stukje over hoe je omgaat met verlies. Kernwaarden, zoals: respect, empathie, gelijkwaardigheid en eigen mening vormen, komt hierin naar voren. Een andere methode die ingezet wordt is PBS (Positive Behavior Support). Hierin wordt gewerkt aan de regels binnen de school. Er wordt steeds een bepaalde periode gewerkt aan bepaalde regels die binnen de school gelden. In deze methode wordt aandacht besteed aan regels, respect, en normen en waarden. Tot slot zetten wij levensbeschouwing in binnen de thema’s die aangeboden worden. Bij elk nieuw thema maken wij een thematische boekenkist met prentenboeken en voorbeeldvragen voor de onderbouw, die aansluiten bij het thema en waar verschillende soorten levensvragen aanbod komen. Denk hierbij aan onderwerpen als vriendschap, dankbaarheid, anders zijn, verlies, zorgen voor elkaar en samenleven. Hier ondersteund de leescoördinator ook bij.  

Taal en spelling  

Op het Klavertje vinden wij het belangrijk dat taalonderwijs zorgvuldig wordt opgebouwd en aansluit bij de ontwikkeling van het kind. Daarom maken wij bewuste keuzes in methodes per leerjaar. In groep 3 ligt de focus op het leren lezen, spellen en schrijven. In deze fase hebben kinderen behoefte aan een zeer gestructureerde, expliciete en systematische aanpak. Daarom werken wij in groep 3 met de methodiek Zo leer je kinderen lezen en spellen. Deze aanpak biedt een duidelijke opbouw van klank-tekenkoppelingen en zorgt voor een sterke basis in technisch lezen en spelling. Door lezen, spellen en schrijven vanaf het begin in samenhang aan te bieden, krijgen kinderen grip op de structuur van de taal en ontstaat er rust en duidelijkheid in het leerproces. Vanaf groep 4 stappen wij over op de methode Staal voor taal en spelling. Op dit moment beschikken leerlingen over een voldoende lees- en spellingsbasis om taal breder en rijker te gaan inzetten. Staal sluit hier goed op aan, doordat de methode taal aanbiedt in betekenisvolle contexten en leerlingen uitdaagt om taal actief te gebruiken bij lezen, schrijven, spreken en luisteren. Wij kiezen voor Staal omdat deze methode taal en spelling op een samenhangende manier aanbiedt en werkt met rijke teksten, actuele thema’s en motiverende opdrachten. Staal stimuleert taalbewustzijn, begrijpend lezen en woordenschatontwikkeling en besteedt daarnaast veel aandacht aan een effectieve en bewezen spellingaanpak. De duidelijke structuur van de methode geeft houvast, terwijl er voldoende ruimte is om taalonderwijs te verbinden aan onze thematische manier van werken. Deze combinatie van methodes zorgt voor een doordachte doorgaande lijn binnen ons taalonderwijs: een sterke basis in groep 3, gevolgd door verdiepend, betekenisvol en toepassingsgericht taalonderwijs vanaf groep 4 (Malmberg, z.d.).  

Rekenen  

Pluspunt is een rekenmethode voor het basisonderwijs waarin betekenisvol rekenen centraal staat. Kinderen ontdekken dat rekenen niet alleen iets is wat ze in een werkboek doen, maar dat het overal voorkomt in hun dagelijks leven. Door te werken met herkenbare situaties, praktische opdrachten en veel visueel materiaal begrijpen leerlingen beter waarom zij bepaalde rekenvaardigheden leren en waarvoor ze deze kunnen gebruiken. Binnen Pluspunt staat rekenen in de belevingswereld van kinderen centraal. Leerlingen rekenen met situaties die ze herkennen, zoals boodschappen doen, spelen, meten in en om de school of omgaan met geld en tijd. Hierdoor wordt rekenen motiverend en betekenisvol. Kinderen ervaren eigenaarschap over hun leerproces, omdat ze het doel van het rekenen begrijpen en de samenhang zien met hun eigen leefwereld. De leerlijnen van Pluspunt zijn opgebouwd volgens de actuele SLO-kerndoelen (2025) en gebaseerd op bewezen didactiek. Elke les heeft één duidelijk lesdoel. Dit zorgt voor overzicht en structuur voor zowel leerlingen als leerkrachten en maakt het eenvoudig om te verdiepen, extra te oefenen of juist ruimte te bieden voor een eigen, creatieve aanpak binnen de les.

De methode sluit aan bij de verschillende bouwen van de basisschool. In groep 3 tot en met 5 staat spelenderwijs leren centraal. Per blok is er één katern met praktische ideeën, zoals spelvormen, opdrachten met concreet materiaal, suggesties voor hoekenwerk en buiten speelactiviteiten. Deze activiteiten zijn erop gericht om rekenbegrippen handelend en betekenisvol te oefenen, passend bij de ontwikkelingsfase van jonge leerlingen. In groep 6 tot en met 8 biedt Pluspunt meer variatie en verdieping. Per blok zijn er twee katernen. Het katern Speed & Bewegen richt zich op het onderhouden en automatiseren van basisvaardigheden door middel van korte, actieve opdrachten en tempo-oefeningen. Daarnaast is er een katern voor Breuken, Procenten, Meten & Meetkunde, waarin complexere onderwerpen concreet en spelenderwijs worden aangeboden. Hierdoor blijven leerlingen ook in de bovenbouw betrokken en sluit het rekenen aan bij verschillende leerstijlen.

Een belangrijk onderdeel van Pluspunt is de aandacht voor taal bij rekenen. Kinderen leren hun denkstappen verwoorden, onder andere via de Rijke Rekenvraag en het Rekenlab. In de handleiding staat per les beschreven welke begrippen centraal staan, waardoor de rekenwoordenschat systematisch wordt opgebouwd en de taalontwikkeling meegroeit met de rekenvaardigheid. Pluspunt biedt rekenen in betekenisvolle situaties, heldere lessen met één duidelijk doel, spelenderwijs leren in de onderbouw en variatie en verdieping in de bovenbouw. Met veel aandacht voor rekenwoordenschat en een duidelijke aansluiting op de actuele SLO-kerndoelen (2025) zorgt de methode ervoor dat kinderen begrijpen wat ze doen, zien waar rekenen voor nodig is en met plezier leren.

 

Zo leer je kinderen lezen en spellen handboek groep 2 t/m 8.  

Op onze school werken wij met de methodiek Zo leer je kinderen lezen en spellen (ZLKLS) van José Schraven. Deze aanpak biedt een duidelijke, gestructureerde en manier om leerlingen van groep 2 t/m 8 te leren lezen, spellen en schrijven. ZLKLS gaat uit van een systematische opbouw van klanken en letters en sluit aan bij de natuurlijke taalontwikkeling van kinderen. 

Het handboek beschrijft stap voor stap hoe leerlingen eerst een sterke basis opbouwen in klankbewustzijn, letterkennis en koppeling tussen klanken en tekens. Vervolgens leren zij woorden en zinnen lezen, spellen en correct schrijven. De methodiek maakt gebruik van expliciete instructie, veel herhaling en een duidelijke opbouw van eenvoudig naar complex. Hierdoor krijgen kinderen grip op de structuur van de taal en worden lees- en spellingsproblemen zoveel mogelijk voorkomen. 

ZLKLS biedt bovendien een doorgaande lijn voor alle groepen. Hierdoor is er binnen de school een eenduidige manier van werken en ontstaat rust en duidelijkheid voor leerlingen. Leerkrachten weten precies welke vaardigheden in elke groep worden aangeboden en hoe zij kinderen kunnen begeleiden die extra ondersteuning of juist verdieping nodig hebben. 

Met de inzet van deze methodiek zorgen wij ervoor dat alle leerlingen ongeacht hun startniveau een stevige basis ontwikkelen in technisch lezen, spellen en schriftelijke taalvaardigheid (Schraven, 2021). 

Lezen en spellen in groep 3  

Lezen en spellen in groep 3 is een praktisch lesboek en vormt een waardevolle aanvulling op het handboek Zo leer je kinderen lezen en spellen (ZLKLS) van José Schraven. Waar het handboek vooral ingaat op de theorie en uitgangspunten van de methodiek, biedt dit boek uitgewerkte en kant-en-klare lesschema’s voor lezen, spellen en schrijven. Daarmee ondersteunt het leerkrachten direct in de dagelijkse onderwijspraktijk. De lesschema’s volgen de lettervolgorde van Veilig Leren Lezen en zijn afgestemd op zowel de klankzuivere periode als de niet-klankzuivere periode. Voor de klankzuivere fase zijn er dag-tot-daglessen, terwijl in de niet-klankzuivere periode wordt gewerkt met overzichtelijke weekschema’s. In elk schema worden lezen, spellen en schrijven geïntegreerd aangeboden, waardoor de samenhang tussen deze vaardigheden gewaarborgd blijft en kinderen de leerstof beter begrijpen. Het boek sluit aan bij een veelgestelde vraag binnen ZLKLS-cursussen: hoe borg je de methodiek in de dagelijkse praktijk en hoe zien concrete lessen eruit? Met de praktische schema’s biedt dit boek hier een duidelijk en toepasbaar antwoord op. Leerkrachten kunnen de schema’s gebruiken als leidraad om effectief en doelgericht te werken volgens de ZLKLS-methodiek.

Groep 3 is een cruciaal leerjaar waarin kinderen technisch leren lezen, woorden leren spellen en de basis van het schrijven ontwikkelen. Deze drie leerlijnen zijn sterk met elkaar verbonden. Wanneer ze goed op elkaar afgestemd zijn, versterken ze elkaar; wanneer dat niet gebeurt, kan dit verwarrend zijn voor leerlingen. Dit boek zorgt voor die samenhang en past daardoor direct binnen het lesprogramma van vrijwel alle Nederlandse basisscholen (Schraven, 2021).

 

Veilig leren lezen 

Veilig Leren Lezen vormt de basis van ons leesonderwijs in groep 3. De didactiek en werkwijze van Zo leer je kinderen lezen en spellen versterken deze methode doordat zij zorgen voor een duidelijke, gestructureerde en voor alle leerlingen begrijpelijke aanpak van lezen, spellen en schrijven. Door deze twee te combineren, bouwen kinderen aan een stevige lees- en spellingsbasis, en zorgen wij als school voor rust, samenhang en een doorlopende lijn van groep 2 t/m 8. In groep 3 maken wij gebruik van de methode Veilig Leren Lezen voor het aanvankelijk lezen. Deze methode biedt een gestructureerde en bewezen effectieve leerlijn voor het aanleren van letters, woorden en technisch lezen. Veilig Leren Lezen vormt daarmee de basis van ons leesonderwijs. Op onze school werken we daarnaast vanuit de principes van Zo leer je kinderen lezen en spellen (ZLKLS). De werkwijze van ZLKLS sluit nauw aan bij Veilig Leren Lezen, omdat beide uitgaan van een duidelijke klank-tekenkoppeling en een systematische opbouw van eenvoudig naar complex.

Hoe de methoden elkaar aanvullen

  • Veilig Leren Lezen biedt de lettervolgorde, de leerlijn en het lesmateriaal (boekjes, software, werkbladen).
  • ZLKLS biedt de didactische aanpak: hoe we letters, klanken, spelling en schrijven aanleren.
  • De lesschema’s die we gebruiken (bijvoorbeeld uit Lezen en spellen in groep 3) zijn volledig afgestemd op de lettervolgorde van Veilig Leren Lezen.

Daardoor ontstaat een eenduidige en versterkende werkwijze voor lezen, spellen en schrijven in groep 3.


Wat wij als school doen om dit goed te borgen:

  1. We volgen de lettervolgorde van Veilig Leren Lezen. Dit zorgt voor consistentie en herkenbaarheid voor leerlingen.
  2. We gebruiken de ZLKLS-instructieprincipes bij elke letter en elk woord

Zoals: expliciete instructie, hardop denkend voordoen, duidelijke stappen, veel oefenen en herhalen, werken met klankzuivere woorden. Zo krijgen alle leerlingen helder onderwijs dat voor iedereen toegankelijk is.

  1. We werken met geïntegreerde lesschema’s

Lezen, spellen en schrijven worden altijd in samenhang aangeboden.
Dat betekent:  wat kinderen leren lezen, leren ze diezelfde dag ook spellen en schrijven.

  1. We bieden extra ondersteuning volgens de ZLKLS-aanpak

Kinderen die meer tijd of uitleg nodig hebben, krijgen gerichte interventies op:

klankbewustzijn, letterkennis, auditieve analyse en synthese, spellingstrategieën.

  1. We zorgen voor een doorgaande lijn in de hele school

De aanpak stopt niet in groep 3. Van groep 2 t/m 8 werken we volgens het ZLKLS-handboek, zodat leerlingen jaarlijks op dezelfde manier onderwijs krijgen, met vergelijkbare stappen en instructie.

  1. Leerkrachten worden geschoold in beide methoden

Ons team blijft op de hoogte van: effectieve didactiek, de juiste werkwijze, hoe we kinderen kunnen begeleiden die extra ondersteuning nodig hebben (Mommers, Verhoeven & Houter, 2016).

 

Wereldoriëntatie 

Op het Klavertje werken wij thematisch en betekenisvol. Wereldoriëntatie krijgt bij ons vorm vanuit thema’s die aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen, de actualiteit en onze kernwaarden Geluk, Groei, Verbondenheid en Vakmanschap. Binnen deze thema’s verbinden wij kennis over mens, natuur en maatschappij op een samenhangende manier. 

Vanaf groep 3 gebruiken wij de methode Blink Wereld als ondersteunend referentiekader. Wij volgen de methode niet volledig, maar gebruiken deze achter de hand om ons thematisch onderwijs te verdiepen en te verrijken. We halen uit Blink Wereld datgene wat past bij het thema van dat moment, zoals onderzoeksvragen, leerdoelen, bronnen en verwerkingsopdrachten. Zo behouden we de vrijheid van thematisch werken, terwijl we tegelijkertijd zorgen voor een dekkend en doordacht aanbod. Wij kiezen bewust voor Blink Wereld omdat deze methode goed aansluit bij onze onderwijsvisie. Blink stimuleert onderzoekend en ontdekkend leren, kritisch denken en actieve betrokkenheid. Leerlingen worden uitgedaagd om vragen te stellen, samen te werken en de wereld om hen heen te onderzoeken. In groep 1/2 maken wij geen gebruik van methodes. Hier staat spelend, ervaringsgericht en ontwikkelingsgericht leren centraal. Wereldoriëntatie ontstaat in deze groepen vanuit spel, gesprekken, onderzoek en activiteiten binnen het thema (Blink Wereld, z.d.).